De ARCHITECT

Op de  blauwdrukken van de geveltekeningen stond aan de achterzijde van de tekeningen een ronde stempel met daarin ‘E.F. Ehnle architect’ en daarmee was de eerste stap gezet in het onderzoek.

Daarna is redelijk diepgaand onderzoek gedaan in de bestaande (digitale) archieven naar leven en werk van Ehnle en ‘De Vijf Poortjes”.

Is hij in het voetspoor getreden van zijn vader  A.J. Ehnle, de  schilder en kopiist, met het maken van toentertijd gebruikelijke Italiaanse schetsreizen of heeft de vroegtijdig dood van zijn vader hem genoodzaakt op jonge leeftijd een betrekking bij een architect te aanvaarden? Het is vooralsnog speculatie.

Wie was zijn grote voorbeeld? Hoe heeft hij zich ontwikkeld? In het NAI in Rotterdam is geen persoonlijk archief aanwezig dat duidelijkheid kan verschaffen.

Het is wel aannemelijk dat een van de laatste gebouwen van E.F. Ehnle aan het Spui 28-28a is ontworpen en gebouwd voor de  militaire boekhandel en uitgeverij Van Cleef en dat deze dus de opdrachtgever was voor De Vijf Poortjes, maar niet wie de aannemer of onderbazen waren. Naast de blauwdrukken zijn geen werkomschrijving, detailtekeningen, een bestek en aanbestedingsstukken  bekend.

Kortom, er is nog veel onduidelijk en daar komt binnen het kader van de opdracht op dit moment niet meer helderheid in. De ontstaansgeschiedenis van de gevel moet dus worden afgeleid uit de context van die tijd, de toen vaak toegepaste neostijlen en de overgangsarchitectuur richting de weg die Ehnle met ‘Um 1800’ is ingeslagen, maar ook de context van Den Haag, een stad die in die periode enorm groeide en welgestelden aantrok, maar ook de plaats die De Vijf Poortjes inneemt in het oeuvre van E.F. Ehnle.

Het best leren we architect Ehnle kennen aan de hand van een in memoriam van zijn partner Samuel de Clercq. In Bouwkundig Weekblad jrg 43 1922 schrijft De Clercq: 

Te ‘-Gravenhage overleed 12 April jl. Plotseling collega E.F. Ehnle, in den ouderdom van 60 jaar, en het is mij een behoefte hem in deze kolommen met enkele woorden te gedenken. Hoewel hij in het bestuur der ‘s-Gravenhage van de sindsdien gefuseerde Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst een niet onbelangrijke plaats innam, was hij er de man niet naar een officiëele rol te zoeken. Toen dan ook het intieme plaatselijke karakter en vooral de plaatselijke beteekenis der Architectenvereeniging geleidelijk op het tweede plan geraakten, vertoonde hij al minder en minder op die vergaderingen, hoewel hij, in tegenstelling met anderen van zijn generatie, de B.N.A. Steeds een goed hart bleef toedragen. Wat zijn werkkring betreft is hij herhaaldelijk geroepen tot belangrijke werken en adviezen. Heerenhuizen op de Koninginnegracht, Heerengracht, kantoren op het Lange Voorhout en Spui, gebouwen der Coöperatie , De Volharding”, het voormalig Idiotengesticht en de Nutsspaarbank alhier, doen zien, dat zijn levenswerk niet zonder omvang en beteekenis was. Ook zijn adviezen bij taxaties, verkoop, onteigening, enz. zijn menigvuldig ingeroepen door allerlei colleges, en werden wegens hun nauwgezetheid hoog gewaardeerd.

Moge hij wellicht niet gepraald hebben als een der sterren van allereerste groottte aan den artistieken hemel (veelal weinig benijdenswaardige schittering!)  zeker is het, dat hij als goed beoefenaar der bouwkunde een waardig vertegenwoordiger van ons gilde in de Maatschappij is geweest.

Zijn beste beteekenis had hij evenwel als mensch, want zelden trof men iemant aan met zooveel ijver, goedheid en belangeloosheid! Niet als los daarheen geschreven zinnen moge dit worden opgevat; veeleer, moge een jarenlange samenwerking aan voorbereiding en bouw van de Nutsspaarbank te ‘s-Gravenhage, ze wijden tot woorden van achting en van dank.

1922, Den Haag

S.J. de Clercq

architect ehnle
Tekening van A.J. Ehnle (1819-1863)